Informatie werkgelegenheidsplan

Onze arbeidsmarkt wordt gekenmerkt door een bijzonder lage activiteitsgraad bij de oudere werknemers. In een poging om deze tendens te keren, heeft de overheid een aantal maatregelen getroffen.

Enerzijds worden eindeloopbaanstelsels geleidelijk afgebouwd en ontmoedigd zoals brugpensioen, canada dry en vervroegd pensioen. Anderzijds creëert men een verplichting voor de organisaties door noodzakelijke HR-maatregelen uit te brengen die  'langer werken' mogelijk moet maken. Zo werd in de programmawet van 29 maart 2012 de wettelijke basis gelegd voor een verplicht werkgelegenheidsplan voor oudere werknemers. Dat plan bevat maatregelen om werknemers van 45 jaar en ouder aan te trekken of langer te behouden binnen het bedrijf. Op die manier wil de overheid oudere werknemers langer actief houden op de arbeidsmarkt.

Voor de concrete uitwerking van de inhoud en de procedure van het werkgelegenheidsplan was er nog een Koninklijk Besluit nodig. De sociale partners konden in de Nationale Arbeidsraad ook een alternatieve regeling uitwerken. Dat alternatief is nu geformuleerd en opgenomen in de CAO’s 104 en 9quater. Je vindt de concrete maatregelen hieronder.

Wie moet een werkgelegenheidsplan opstellen?

Elke onderneming met met meer dan 20 werknemers moet een werkgelegenheidsplan voor 45-plussers opstellen. De regeling is van toepassing op werkgevers uit de privésector (toepassingsgebied van de cao-wet van 5 december 1968). Werkgevers uit de openbare sector ontspringen voorlopig de dans.

Wanneer moet het werkgelegenheidsplan opgesteld worden?

Het werkgelegenheidsplan moet jaarlijks opgesteld worden. Als het plan echter maatregelen bevat die over meerdere jaren gespreid zijn, moet er jaarlijks een verslag voorgelegd worden waarin de voortgang van die maatregelen wordt beschreven.

De regeling treedt in 2013 effectief in werking. Dit betekent dat ondernemingen met meer dan 20 werknemers in 2013 een 'werkgelegenheidsplan45-plussers' zullen moeten opstellen. Het moet ingediend worden ten laatste op 31 maart.

Wat is de inhoud van het werkgelegenheidsplan?

Het werkgelegenheidsplan moet bedrijfsspecifieke maatregelen bevatten om de werkgelegenheid van oudere werknemers (45-plussers) te behouden of te verhogen.

Het hoeft niet per se te gaan om nieuwe maatregelen. Ook maatregelen die men al aan het uitvoeren is, kunnen opgenomen worden. Op die manier kunnen bijvoorbeeld de bestaande diversiteitsplannen vermeld worden.

De cao bevat een niet-limitatieve lijst van mogelijke actiegebieden waarin de maatregelen zich kunnen bevinden:

  • selectie en indienstneming van nieuwe werknemers
  • ontwikkeling van competenties en kwalificaties van de werknemers, met inbegrip van de toegang tot opleidingen
  • loopbaanontwikkeling en loopbaanbegeleiding binnen de onderneming
  • mogelijkheden voor een aanpassing van de arbeidstijd en arbeidsomstandigheden
  • gezondheid van de werknemer, preventie en het wegwerken van fysieke en psychosociale belemmeringen om aan het werk te blijven
  • systemen van erkenning van verworven competenties

De werkgever beschikt over een ruime marge binnen deze actiegebieden. Hij kan zich bijvoorbeeld beperken tot één actiegebied, dat op zich kan verwijzen naar meerdere maatregelen. Verschillende actiegebieden kunnen ook gecombineerd worden indien ze verwijzen naar gemeenschappelijke maatregelen.

Bovendien gaat het om een lijst met een open karakter, wat betekent dat de werkgever ook kan kiezen voor één of meerdere actiegebieden die niet in de lijst voorkomen. Paritaire comités kunnen eventueel de lijst op sectoraal vlak nog uitbreiden.

Procedure tot invoering van het Werkgelegenheidsplan

De werkgever dient een ontwerp van Werkgelegenheidsplan op te stellen en nadien voor te leggen aan het personeel. Dit dient te gebeuren via een getrapte regeling, waarbij het plan wordt voorgelegd aan:

• De ondernemingsraad of bij ontstentenis
• De vakbondsafvaardiging of bij ontstentenis
• Het comité voor preventie en bescherming of bij ontstentenis
• De werknemers

De werknemersvertegenwoordigers brengen uiterlijk binnen twee maanden na ontvangst van het Werkgelegenheidsplan een advies uit, waarin eventueel aanvullende of alternatieve voorstellen worden gedaan.

Indien de werkgever zijn plan niet aanpast in het licht van dat advies moet hij zijn beslissing toelichten ten opzichte van de voorstellen die de werknemers-vertegenwoordigers hebben gedaan. Die toelichting en de voorstellen van de werknemersvertegenwoordigers die niet in aanmerking werden genomen, moeten als bijlage bij het plan worden gevoegd. Hij stelt het bevoegde orgaan daarvan in kennis uiterlijk binnen twee maanden na ontvangst van dat advies.

In de ondernemingen met meer dan 20 en minder dan 50 werknemers waar er geen vakbondsafvaardiging is, informeert de werkgever de werknemers over het Werkgelegenheidsplan. In deze ondernemingen beschikken de werknemers dus niet over de mogelijkheid om een advies uit te brengen. Dit maakt de procedure aanzienlijk lichter.

Elementen van het werkgelegenheidsplan

Het werkgelegenheidsplan moet minstens volgende elementen bevatten:

  • de gegevens van de onderneming
  • de datum waarop het plan is gesloten
  • de geldigheidsduur van het plan
  • de doelstelling(en), namelijk het behoud en/of de verhoging van de tewerkstelling van werknemers van 45 jaar of ouder
  • het gekozen actiegebied of de gekozen actiegebieden en de beschrijving van de concrete bedrijfsspecifieke maatregel(en)
  • de betrokken functie(s) of werkplek(ken)
  • de persoon die verantwoordelijk is voor de uitvoering
  • de evaluatie van het vorig plan

Als bijlage moeten worden opgenomen:

  • de voorstellen van de werknemersvertegenwoordigers waarmee de werkgever geen rekening heeft gehouden
  • de toelichting door de werkgever als hij het advies van de werknemersvertegenwoordigers niet heeft gevolgd.

Uiteraard zijn die bijlagen slechts verplicht indien de werkgever voorstellen of advies van de werknemers-vertegenwoordigers niet heeft gevolgd.

Bron: Cao nr. 104 van 27 juni 2012 over de uitvoering van een werkgelegenheidsplan oudere werknemers in de onderneming en cao nr. 9 quater tot wijziging van cao nr. 9 van 9 maart 1972 houdende ordening van de nationale akkoorden en cao's betreffende de ondernemingsraden.
Scroll to Top